De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel markeert een historisch moment in de Nederlandse verzorgingsstaat. Grote fondsen zoals ABP, Zorg & Welzijn en Bouw & Techniek bereiden zich voor op de herverdeling van tientallen miljarden euro’s aan reserves. Wat voor de één een welkome inhaalslag betekent, kan voor de ander onzekerheid brengen over toekomstige uitkeringen.
De overstap raakt miljoenen huishoudens
Volgens cijfers van De Nederlandsche Bank gaan in totaal meer dan vijf miljoen Nederlanders over naar het nieuwe stelsel. Voor ongeveer 1,5 miljoen gepensioneerden is 1 januari 2026 de eerste datum waarop ze rechtstreeks de gevolgen merken. De hoogte van hun verhoging hangt af van de financiële positie van hun pensioenfonds.
Bij fondsen met sterke buffers – zoals Bouw en Horeca – lopen de voorlopige berekeningen uiteen van vijf tot twintig procent extra pensioen. Fondsen met kleinere reserves, bijvoorbeeld in de culturele sector, blijven dichter bij nul of enkele procenten.
- Zorg & Welzijn (PFZW): geschatte verhoging tussen 7% en 10%
- Bouw en Horeca: mogelijk tot 20%
- Metaal & Techniek: circa 8%
- Overheid (ABP): stijging rond inflatieniveau

Eenmalige meevaller of structurele hervorming?
De aanpassing komt voort uit de Wet toekomst pensioenen, aangenomen in 2023 na jaren van debat tussen kabinet, vakbonden (FNV, CNV) en werkgeversorganisaties (VNO-NCW, MKB-Nederland). Het idee achter het stelsel is dat pensioenfondsen niet langer een vaste uitkering beloven, maar beleggingen eerlijker verdelen onder deelnemers. Dat maakt ruimte voor een hogere startuitkering wanneer het goed gaat op de beurs – maar ook snellere verlagingen bij tegenslag.
Voor veel gepensioneerden voelt de verandering dubbelzinnig. De eerste verhoging lijkt aantrekkelijk, maar economen wijzen erop dat deze correctie vooral voortkomt uit opgebouwde reserves die worden uitgekeerd bij de overstap. Daarna ligt het rendement volledig bij de marktontwikkeling.
Dekkingsgraad bepaalt wie wint
Het sleutelmoment ligt bij de zogenaamde ‘dekkingsgraad’ – een maatstaf die aangeeft hoeveel geld een fonds heeft ten opzichte van zijn verplichtingen. Een graad boven honderd procent betekent dat er ruimte is om te delen; onder die grens moeten fondsen juist voorzichtig zijn.
Eind 2024 lag de gemiddelde graad van Nederlandse fondsen op ongeveer 122%, blijkt uit cijfers van DNB. Vooral PFZW en BPF Bouw presteren boven dit gemiddelde dankzij sterke beleggingsresultaten in infrastructuur en vastgoed. Fondsen met lagere rendementen of hoge compensatieverplichtingen zullen minder kunnen uitdelen.
Nieuwe risico’s op langere termijn
Waar het oude systeem stabiliteit bood door strikte regels, biedt het nieuwe meer bewegingsvrijheid – en daarmee ook meer onzekerheid. Pensioenuitkeringen kunnen jaarlijks stijgen of dalen afhankelijk van beleggingsresultaten. Voor gepensioneerden betekent dit dat hun maandelijkse inkomen dynamischer wordt dan ooit tevoren.
ActualiteitVoorkom nare geuren en bespaar energie : dit weinig bekende gebaar verlengt de levensduur van uw wasmachineVolgens berekeningen van onderzoeksbureau Netspar kan een gemiddeld fonds in goede jaren vijf procent rendement per deelnemer realiseren, maar in slechte jaren net zo goed drie procent verliezen. Die volatiliteit zal direct voelbaar worden in persoonlijke pensioenpotjes.

Gevolgen voor toeslagen en belastingen
Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) waarschuwt dat hogere pensioenen effect kunnen hebben op inkomensafhankelijke regelingen zoals huur- en zorgtoeslag. Wie door de verhoging boven inkomensgrenzen komt, kan rechten verliezen of bedragen zien verminderen.
| Sfeer | Mogelijk effect bij stijgend pensioeninkomen |
|---|---|
| Zorgtoeslag | Korting of verlies bij inkomen boven €46.000 per huishouden |
| Huurtoeslag | Afbouw vanaf €34.000 per alleenstaande |
| AOW-belastingdruk | Lichte stijging door hogere inkomstenbelasting in schijf 1 |
Tijdschema: overgang en verrekening
Pensioenfondsen rekenen begin 2026 hun nieuwe verdeelsleutels na om fouten te voorkomen. De eerste verhoogde betalingen volgen uiterlijk in april, inclusief nabetaling over januari tot maart. Werkenden zien pas later effect; hun persoonlijke potjes worden pas na goedkeuring door toezichthouder AFM definitief aangepast.
Voor wie wil weten hoe zijn eigen fonds ervoor staat, publiceren DNB en Stichting Pensioenregister tegen eind 2025 individuele simulaties waarmee deelnemers hun verwachte maandbedrag kunnen berekenen onder verschillende economische scenario’s.

Tussen zekerheid en kansspel
Tegenstanders vrezen dat het nieuwe systeem sparen verandert in beleggen zonder vangnet; voorstanders zien eindelijk ruimte om groei terug te geven aan deelnemers. De komende jaren zal blijken welke generatie gelijk krijgt — want vanaf nu beweegt elk pensioen mee met het ritme van de markten zelf.



Laten we hopen dat dit geen nieuwe toeslagenramp veroorzaakt… fingers crossed!
Wordt tijd dat iemand dit allemaal in Jip-en-Janneke-taal uitlegt 😅
Hebben zelfstandigen hier eigenlijk iets aan of blijft het alleen voor werknemers?
Zolang ze die overgang eerlijk doen tussen jong en oud ben ik tevreden 🙂
Pfoe, na dit gelezen te hebben weet ik nóg minder. Wat een wirwar aan cijfers!
Mensen klagen altijd, maar ik vind dit juist een stap vooruit. Meer transparantie is goed.
Klinkt alsof de overheid hier vooral belastingvoordeel uithaalt… 🤔
Waarom pas in april uitbetalen? Mensen kunnen dat geld nu al gebruiken!
Dus eigenlijk gokken we voortaan met ons pensioen? Mooi vooruitzicht hoor 😬
Kleine correctie: volgens mij heeft ABP al eerder gezegd dat ze voorzichtig blijven met verhogen.
Eindelijk! Mijn vader krijgt misschien wat meer lucht elke maand 😊
Zucht… nog meer regels en nieuwe berekeningen. Alsof het niet al moeilijk genoeg was.
Pensioenfondsen als mini-beleggingsclubs… wat kan er misgaan? 😂
Mijn oma zei altijd: “Wat omhoog gaat, moet ooit weer omlaag.” Hopelijk niet hier 😉
Top stuk! Duidelijk geschreven en zonder overdreven politiek jargon 👏
Lekker dan, meer risico’s terwijl we juist stabiliteit willen op onze oude dag!
Als mijn pensioen stijgt, raak ik misschien m’n huurtoeslag kwijt. Dat voelt niet echt als winst…
Wat gebeurt er eigenlijk met mensen die bijna met pensioen gaan in 2025?
Ik werk in de bouw, dus hopelijk hoor ik bij die +20%! 💪
Mag ik even cynisch zijn? “Structurele hervorming” = codewoord voor onzekerheid.
Klinkt leuk, maar straks zakt de beurs en dan daalt alles weer zeker 🙄
Bedankt voor de heldere uitleg. Nu snap ik eindelijk wat “dekkingsgraad” betekent!
Weer zo’n ingewikkeld stelsel waar niemand buiten Den Haag iets van begrijpt.
Haha, eindelijk een keer goed nieuws voor ouderen 😄
Nou ja, ik geloof het pas als ik het zie… de afgelopen jaren was het ook steeds beloven en niks krijgen.
Interessant artikel! Maar betekent dit dat mijn pensioen ook echt 20% hoger wordt, of alleen “mogelijk”?